"Alsof je bij opa en oma gaat logeren."

Ruim 650 kilometer in vier dagen. Zijn langste route was 196 kilometer, met noordenwind dwars door de Flevopolder. Jonathan Groenendijk wilde alle twaalf de provincies aantikken, en dat lukte, al was hij maar een paar honderd meter in Groningen. Onderweg sliep hij bij Logeeradressen in Heerenveen en Den Bosch. Een gesprek over tegenwind, een geschiedenisles bij de thee en hoe leuk het is dat je bij Vrienden op de Fiets nooit precies weet waar je terechtkomt.

Twaalf provincies in vier dagen. Hoe kom je erop?

"Ik heb al mijn fietsvrienden gevraagd om mee te gaan. Maar toen ik vertelde dat het bijna 700 kilometer in vier dagen werd, haakten ze allemaal af. Ik heb ze nog warm proberen te maken: je kunt bij mij in het wiel zitten, het wordt lekker weer, en we hebben geen haast. Iedereen zei: je bent niet goed."

Dus je ging alleen.
"Ik startte in Utrecht. Een vriend fietste het eerste stuk mee, tot Breukelen. Daarna ging ik via Almere Haven, Lelystad en Emmeloord door de Flevopolder. Dat was eerlijk gezegd het minst inspirerende stuk. Er stond noordenwind, dus ik had bijna 200 kilometer tegenwind. En het was elke dag 30 graden. Dat hielp ook niet mee."

Wat had je bij je?
"Echt het minimale. Eén setje kleding, drie onderbroeken, mijn tandenborstel en mijn lenzen. Dat was het ongeveer."

Je eerste nacht was in Heerenveen, bij een Logeeradres.

"Hele leuke mensen, al met pensioen. Er was meteen gezelligheid, we hebben eerst even wat gedronken. De man had ook aan wielrennen gedaan, dus daar hadden we leuke gesprekken over. Ze waren zelf ook nog druk met sporten: zijn vrouw moest de volgende ochtend om acht uur alweer op de golfbaan staan."

"Ze gaven me tips voor wat leuks in Heerenveen. Een racefiets heeft geen echt slot, dus die durfde ik niet mee de stad in te nemen. Gelukkig had mijn ov-kaart. Ik ben elke dag vanaf mijn slaapadres met de bus naar het centrum gegaan. Dat was echt ideaal. Na het eten stort ik meestal wel in, dus dan heb je in elk geval nog iets van de stad gezien."

En daarna?
"Verder door Friesland gefietst en volgens mij 200 meter door Groningen. Je moet toch de provincie aantikken. Daarna Drenthe, Overijssel en Gelderland, een klein stukje Limburg, en door Brabant naar Den Bosch. De laatste dag ging ik via Zeeland terug naar Zuid-Holland."

In Den Bosch sliep je weer bij een Logeeradres. Hoe was dat?

"Ook dat was een bijzondere ervaring. De man van het stel was echt een geschiedenisfreak, die wist alles. Het ging van de Tweede Wereldoorlog naar de Egyptenaren en weer terug naar de Franse Revolutie."

"Ik kwam terug van het eten en dronk nog even een kopje thee met mijn ‘gastgezin’. Volgens mij heb ik toen meer dan een uur zitten luisteren naar prachtige verhalen. Ik hou van geschiedenis en vond het heel interessant, maar ik was ook moe, dus na drie kwartier haakte ik een beetje af. Maar ze waren superaardig en gastvrij, dus ik bleef nog even luisteren. Ze hadden overal gewoond, in Egypte en volgens mij ook in India. De man vond het volgens mij wel fijn dat er iemand was aan wie hij zijn verhalen kwijt kon en dat begrijp ik."

Was het lastig om een slaapplek te vinden?
"Ik ben ongeveer anderhalve week van tevoren begonnen. Het was Pinksterweekend en super lekker weer. Veel Logeeradressen gingen zelf wat doen en konden dus niemand ontvangen, wat ook logisch is. In Den Bosch was ook nog een jazzfestival. Daar had ik geluk met een plekje."

"In Deventer is het niet gelukt. Ik heb in de buurt zo'n twintig adressen gebeld en gemaild. Op een gegeven moment wilde ik de trip gewoon rond hebben, dus toen heb ik een Airbnb geboekt. Daar zat een sleutelkastje bij de deur. Je spreekt niemand en zit daar in je eentje. Dat is toch echt een stuk minder leuk."

Belde je de Logeeradressen of mailde je?
"Ik heb altijd meteen gebeld. Kreeg ik geen reactie, dan stuurde ik een mailtje. Als je iemand aan de lijn krijgt, werkt dat het beste. Mensen willen toch weten wie ze in huis krijgen. Als ik dan vertelde dat ik in vier dagen door twaalf provincies wilde fietsen, was iedereen enthousiast. Dan horen ze: dit is iemand die lekker aan het fietsen is, dus dat zit wel goed."

En Vrienden op de Fiets was geen vreemde voor je

"Nee, mijn eerste keer was toen ik een jaar of zes. Mijn moeder was al Vriend en nam me mee op fietsvakantie. We pakten de trein naar Noordwijk, volgens mij, en fietsten zo'n dertig kilometer per dag. Alles zelf gefietst. Een paar jaar later deden we het nog een keer. Toen ik plannen maakte voor deze tocht zat het dus al in mijn hoofd. Voor deze tocht ben ik zelf Vriend geworden."

Wat vind je er zo leuk aan?
"Het voelt voor mij een beetje alsof je op een andere plek bij opa en oma gaat logeren. Je krijgt meteen wat te drinken en hebt meteen een praatje. Iedereen heeft een verhaal te vertellen. En omdat je niks van elkaar weet, heb je genoeg om over te praten. De Logeeradressen weten ook wat leuk is in de buurt. Om te eten bijvoorbeeld. Je hebt meteen een soort gids. Zeker als je alleen op pad bent, is dat fijn."

Je weet ook nooit precies waar je terechtkomt.
"Dat vind ik juist leuk. Het is toch een beetje spannend als je aankomt: wat zijn dit voor mensen? Je moet er wel voor openstaan dat het een keer tegenvalt. Maar omdat je geen verwachtingen hebt, word je ook vaak positief verrast. Maar je moet wel een beetje een sociaal mens zijn."

Ga je het nog eens doen?
"Ik had een kort verslagje online gezet, met wat foto's. Toen appten er toch twee vrienden dat ze spijt hadden dat ze niet mee waren gegaan. Volgend jaar willen ze zoiets met mij doen. Met z'n tweeën kan het prima bij Logeeradressen. Je moet dan wel bij elkaar in bed willen liggen, maar met een vriend vind ik dat prima. Als ik weer een fietstrip ga doen, kijk ik als eerste bij Vrienden op de Fiets. Ik vond het geweldig en heb tot nu toe alleen maar goede ervaringen."

Dankjewel Jonathan, en tot de volgende tocht!